11/01/2019 - Training - Minireeks

Een goede start deel 2:

Je paard opbouwend trainen

In 6 stappen naar een efficiëntere training van je paard.

Heb jij een plan voor je met je paard gaat rijden? Nee? Je bent niet alleen: ruim 75% van de ruiters geeft geen idee waar ze nu uiteindelijk mee bezig zijn, hoe lang ze al gereden hebben en hoe hun warming-up en cooling-down er nu uit zagen.

Ook wordt er vaak dezelfde spiergroep getraind, worden andere spieren vergeten en / of worden er steeds dezelfde oefeningen gereden. Je komt in een bepaalde 'routine' terecht en - honestly - routines zijn saai en gevaarlijk. Je paard vindt het trainen niet leuk meer, je krijgt overbelasting (verzuring) van bepaalde spieren waardoor je paard gaat staken. Verder is de kans op slijtage en blessures een pak hoger wanneer je geen goed doordacht opgebouwde training hebt.

 

Dit kan dus beter.

 

Je verzamelt een heleboel info tijdens je trainingen. Met deze informatie kan je aan de slag, zeker wanneer je je training met je paard logisch gaat opbouwen (en je trainingen netjes registreert zoals beschreven in het 1e deel  van deze minireeks: Het trainingsdagboek ).

Maar hoe kan je dit nu doen? Wel heel simpel: je gaat je training opsplitsen in verschillende blokken. Deze blokken kan je iets rekken of korter houden afhankelijk van het niveau van je paard. 

 

De vermelde tijden in deze blog geven een goede indicatie aan van de gemiddelde duur per blok. Is dit voor elk paard hetzelfde? Uiteraard niet. Je moet goed naar je paard luisteren en uitdokteren wat het beste werkt voor hem.

1. Een goed begin: WARMING-UP

Je gaat ook niet direct hardlopen wanneer je uit bed komt. Je gaat eerst je lichaam opwarmen en 'wakker maken' door te wandelen.

Bij een paard is dit net hetzelfde: voor je aan een training kan beginnen denken moet je je paard gaan opwarmen. Doe je dit niet, dan mag je ook geen topprestaties van hem verwachten.

 

Tijdens de opwarmingsfase krijg je reeds een idee van de lichamelijke conditie van een paard. Daarom is dit een essentieel onderdeel van je training. Je mag NOOIT gaan knabbelen aan de opwarmingstijd van je paard, zelfs niet wanneer je weinig tijd hebt om te rijden.

 

Tip:

Heb je toch een keertje weinig tijd om te rijden? Lees dan zeker het laatste stukje van deze blog. Hierin krijg je nog enkele tips mee om toch snel en efficiënt te kunnen trainen.

 

Hoe pak je dit aan?

Gedaan met doelloos rondjes stappen in de piste! Je wil je paard voorbereiden op het echte werk.

Je gaat gedurende 10 minuten je paard vlot, actief en consequent - zeer belangrijk! - laten stappen aan de contactteugel. Je wil immers dat je paard van achter naar voren over de rug loopt en mooi aan je been staat.

Om dit voor elkaar te krijgen moet je op elke vraag die je aan je paard stelt een antwoord verwachten. Actie - reactie. Hoe klein de hulp ook is, je paard moet hierop een reactie geven.

 

Aandachtspuntje:

Bij koudere temperaturen kan het zijn dat je paard moeilijker op gang komt. Hij zal dus langer opgewarmd moeten worden voor je aan de slag kan met zwaardere oefeningen.
Deze vlieger gaat ook op voor jonge (onervaren) of oudere paarden.

 

Een warming-up is nooit saai. Maak van deze fase gebruik om de aandacht van je paard al bij jou te vragen en te houden. Variatie bieden is hierbij belangrijk. Je kan grote figuren rijden - cirkels van 20 meter, lange lijnen (diagonaal, middenlijn,...), gebroken lijnen of wees creatief. Eens een keertje halt houden kan ook. Schakelen in stap is ook een goede oefening.

Wanneer je paard bezig gehouden wordt en zijn aandacht bij jou heeft, zal hij ook minder hinder ondervinden van de gekende 'bakkabouters'. Zijn focus ligt immers op de oefeningen die de ruiter vraagt.

2. Losrijden: niet hetzelfde als opwarmen.

Losrijden is te vergelijken met onze stretchting voor het sporten. 

Je wil in deze fase het lichaam van je paard meer gaan 'oprekken' en laten buigen. Ook ga je een hoger tempo rijden. Bij de warming-up hebben de spieren en de gewrichten de kans gekregen om goed op te warmen, waardoor ze nu meer kracht aan kunnen: nl. het verlengen en verkorten van de spieren. Je maakt je paard als het ware soepeler.

 

Hoe ga je te werk?

Om te beginnen aan het losrij-onderdeel laat je je paard draven aan de contactteugel. Zorg ervoor dat je paard in een mooi basistempo loopt. Dit wil zeggen dat je paard moet doorlopen, maar zich niet mag doodlopen. Je wil naar de ontspanning toe gaan rijden met een paard dat goed in balans loopt.
Wees bedacht op de beenhulpen die je geeft: ga niet overdrijven met je hulpen wanneer je paard in een mooi basistempo loopt. Dit tempo verschilt per paard, houd hier dus rekening mee.

Voelt het goed aan, dan kan je gaan galopperen. Omdat je nog aan het losrijden bent laat je je paard best grote sprongen maken. Door je paard goed door te laten springen in zijn galop zorg je ervoor dat het bekken soepel gemaakt wordt. Wanneer je de overgang maakt naar draf zou je normaal verschil moeten voelen: je paard loopt nu veerkrachtiger en gemakkelijker omdat de gewrichten nu beter kunnen buigen.

3. Ontspanning

Nu is het even tijd voor een adempauze. Omdat het niet makkelijk is voor een paard om nageeflijk te lopen - dit is iets dat hij moet leren (en dat dus opgebouwd moet worden) - is het nu aangewezen om je paard even te laten stappen aan de lange teugel.

Wanneer je een paard gedurende een langere periode in een vaste, statische houding gaat rijden, zullen de halsspieren van dat paard gaan verzuren. Er treed vermoeidheid op waardoor de nageeflijkheid er onder zal lijden.

4. Topprestaties tijdens het piekmoment

Het paardenlichaam is nu klaar om te gaan presteren. In dit piekmoment kan je 10 minuten grenzen gaan aftasten. 

Nu mag je alles wat zwaarder gaan maken: je kan gaan verzamelen, overgangen gaan rijden,... 

 

Uiteraard houd je hier ook rekening met het africhtingsniveau van je paard. Je kan grenzen gaan verleggen, maar ga niet overdrijven.

5. Uitrijden

Het doel van het uitrijden is ervoor zorgen dat de spieren geleidelijk aan weer langer kunnen worden en dat de temperatuur van je paard gaat dalen. Hierdoor zal de hartslag gaan zakken.

Ook worden de afvalstoffen die zijn vrijgekomen in de spieren nu makkelijker afgevoerd. Je wil deze ook uit het systeem van je paard: hierdoor zal je paard minder of geen spierverzuring krijgen.

 

Plan van aanpak:

Je wil je paard weer langer maken. Dit doe je niet door de teugels in een keer los te laten. 

Je gaat langzaam aan meer lengte geven, maar je paard moet wel actief blijven lopen. De buikspieren van je paard moeten aangespannen blijven en hij moet mooi over de rug blijven lopen.

In dit onderdeel kies je best weer voor grote, makkelijke figuren, lange lijnen,... zodat je je paard weer rustig naar de ontspanning kan rijden.

6. Een belangrijke afsluiter: de COOLING-DOWN

Een goede training wordt steeds afgesloten met een cooling-down. Dit is niet zomaar wat rondjes stappen.

Je stapt best nog 10 minuten in een actief tempo rond. Op deze manier zal de lichaamstemperatuur van je paard nog verder dalen waardoor de afvalstoffen beter afgevoerd kunnen worden. Je paard zal dus sneller kunnen herstellen van de training. 

Nog enkele tips en tricks.

  • Ga je paard niet overvragen. Een paard heeft na een zware training vaak 2 tot 3 dagen nodig om fysiek te kunnen herstellen. Plan de dagen na een zware dagen een niet intensieve training in.
  • Kijk naar je paard. Een jong paard kan en mag je niet zo lang en intensief trainen als een meer doorgereden paard. Paarden die conditioneel of mentaal niet zo sterk staan gun je beter wat meer tijd om zich te kunnen ontwikkelen. Beschouw tijd als een investering!
  • Varieer. Leg balkjes, train andere oefeningen,... wees creatief. Zijn jullie toe aan een pauze? Ga een keer buiten trainen.
  • Rust is niet altijd roest. Van een dagje op de weide gaat je paard niet dood. Plan dit wel handig in: de dag voor een rustdag ga je beter geen zware trainingen doen. Je paard zal wat spierpijn hebben en moet dan lichte arbeid doen om de verzuring tegen te gaan.
  • Regelmaat is een must. Wanneer je paard bijna dagelijks 'iets' van arbeid doet kan je je wel eens permitteren om je paard 1 of 2 weken op rust te zetten (denk aan je vakantie). Normaal kan je dan wel de draad weer oppikken waar je gestopt bent. Maar las veiligheidshalve na een langere rustperiode toch een opbouw-week in.
  • Weinig tijd maar wil je toch trainen - al raad ik dit niet aan? Doe dan een 'Basic-training'. Op deze manier heb je een goed opgebouwde training in 40 minuten.
    • 10 min warming-up
    • 7 min losrijden
    • 3 min ontspanning
    • 3 min pieken (beperk je tot 1 oefening vb.: wissels, wijken of...)
      • Eventueel kan je dit onderdeel ook een keertje schrappen.
    • 7 min uitrijden
    • 10 min cooling down
  • Gebruik hulpteugels met beleid. Ga goed na wat ze doen, of je ze wel nodig hebt, of ze op langere termijn een oplossing kunnen bieden en of jij ze wel correct kan gebruiken. Wees je bewust dat je, door het gebruik van een hulpteugel, vaak een stapje in de ontwikkeling van je paard overslaat. Je ontwijkt een probleem. En dit zal zich altijd wreken. Je moet de hele berg beklimmen om tot de top te komen.
    Met andere woorden: hulpteugels kunnen jou en je paard, mits juist gebruikt, een stapje dichter naar een gewenst resultaat brengen. Maar ze mogen zeker niet op regelmatige basis gebruikt worden.

Tags:

# Minireeks #EenGoedeStart #Training #OpbouwendTrainenVanJePaard

#DressuurTraining #SpringTraining #PaardenTrainen #BlessurevrijTrainenVanJePaard #Paarden 

#TBE #TheBelgianEquestrian #Blog


Vond je deze blog interessant? Deel hem dan zeker op Social Media. Gebruik gerust onze #Hashtags.
Tag ons ook even op Facebook, Instagram of Twitter zodat we kunnen volgen welke invloed deze blog heeft.

 

We lezen de blogs steeds na, maar missen is menselijk. Een foutje gezien? Laat het ons even weten! Vul het contactformulier in of stuur een mailtje naar thebelgianequestrian@gmail.com.
Gebruik de naam van de blog als onderwerp.

 

Heb je een suggestie voor een blogtopic? Inspireer ons door ons te taggen op Social Media. ;-)